De Picardische Herder
Twee mooie gespitste oren, lange, harde en ruige vacht, die varieert van zwart grijs tot helder blond, een sportief uiterlijk .De Picardische herdershond heeft van zijn verre voorouders een buitengewoon rustiek uitzicht bewaard en wint heden een steeds talrijker publiek voor zich. Hij werd nochtans lang, te lang, miskend door de specialisten, die in hem alleen een bastaard zagen. Hij dreigde meermaals te verdwijnen. De Franse kynologie zou in dat geval één van haar intelligentste vertegenwoordigers verloren hebben.
Zijn geschiedenis
De Picardische herdershond heeft vele jaren nodig gehad om zich als een volwaardige rashond te laten gelden. Men moest zelfs tot in 1922 wachten opdat er eindelijk een officieel standaard van het ras zou opgesteld worden. Maar de kynologen, onder andere de verantwoordelijken van de Franse Club voor herdershonden, zullen blijven weigeren hem in acht te nemen. Tussen de twee oorlogen, blijft het ras dus vegeteren en wordt alleen door enkele hardnekkige liefhebbers verdedigd.Na de tweede Wereldoorlog zal het ras gelukkig een wedergeboorte kennen vanuit de mooiste in Picardië teruggevonden exemplaren, het ras wordt gestabiliseerd en de standaard wordt uiteindelijk officieel erkend. Heden is de Picardische herdershond ongetwijfeld het onderwerp van een zekere voorliefde.
In België wordt de rasclub “BELGISCHE CLUB VAN DE PICARDISCHE HERDERSHOND vzw” op 19 oktober 1985 onder het nr. 835, bij de Koninklijke Maatschappij St.Hubertus, geboren en hij telt heden zowat 100 leden. Hij organiseert jaarlijks onder andere een “ras speciale” tentoonstelling waar vele geestdriftige liefhebbers van de Picardische herdershond verzamelen.
Zijn karakter
Volmaakt op alle vlakken! Dat is niet niks. Maar het is zo! Algemene bewondering wat zijn intelligentie betreft. De Picard wordt vooral geapprecieerd voor zijn bevattingsvermogen. Zoals vele herdershonden, begrijpt hij zeer vlug wat van hem verlangd wordt. De Picard heeft een zeer nauwe band met zijn meester en diens familie. Deze eigenschap maakt van hem een uitstekende bewaker van huize en goed. Soms beweert men dat hij tegenover vreemden nogal kribbig is. Dat is niet juist. Het geringe aantal van de met Picardische herdershonden gebeurde ongevallen bewijst dit tenvolle.Met de kinderen en vrienden blijft de Picardische herdershond voorbeeldig. De familie is zijn leven, hij wordt nochtans nooit te opdringerig. Dicht bij de meester zijn, zijn meesters stemming raden, proberen hem te genoegen, dit zijn de belangrijkste pleziertjes van een Picardische herdershond. De “Picardiërs” (zo worden de eigenaars van Picardische herdershonden genoemd) houden ervan het enorme aanpassingsvermogen van de Picard te verheerlijken. Samen met zijn meester kan geen enkele nieuwe situatie hem in de war brengen. Dit vermogen geeft hem daaren boven de eigenschap zich te onderwerpen aan de disciplines van een harde training om zo een onvergelijkbare werkhond te worden.
Het tuinpad eerbiedigen, zich thuis en buitenhuis voortreffelijk gedragen, dat is allemaal kinderspel voor de Picardische herder.
Men beweert in Picardië dat de Picard een even slecht karakter heeft als de inwoners van die streek. In werkelijkheid is het enige verwijt dat men hem kan maken een ietsje stijfkoppige ingesteldheid. Maar is dat niet juist het onbetwistbare bewijs van zijn sterke persoonlijkheid? Zijn nu en dan tendens tot het overdreven blaffen zal men hem gemakkelijk vergeven, dit is trouwens iets dat een goede meester in ieder geval zonder problemen zal kunnen beteugelen. Loyaal en trouw, noch haatdragend, noch pruilerig, volledig authentiek. Dit is de Picardische herdershond! Goed gewapend om te verleiden
Zijn standaard
Een uitgesproken rustieke indruk dit is het kenmerk bij uitstek van het uiterlijk van de Picardische herdershond. Dit maakt hem dan ook meer en meer geliefd bij een publiek dat heden eerder gericht is naar het natuurlijke, het authentieke. De Picardische herdershond is van middelmatige grootte (0.60m tot 0.65m voor de reu en 0.55m tot 0.60m voor de teef), hij is elegant in zijn vormen, stevig gebouwd, goed gespierd en robuust. Zijn algemeen uiterlijk is vooral gekenmerkt door zijn griffoenachtig aspect. Zijn kop mag door zijn uitdrukking boosaardigheid noch wantrouwen opwekken. Hij moet, zoals die van de griffoen, baardig en met een snor zijn. De oren, nogal hoog geplaatst en van middelmatige lengte, zijn recht en natuurlijk afgerond. De ogen zijn in principe donkerbruin; hun kleur varieert echter in functie van de vacht maar mag nooit lichter zijn dan een hazelnootbruine kleur. De dikke wenkbrauwen mogen ze vooral niet verbergen. De sterke en niet te lange snuit loopt nooit spits toe. De neus is zwart. De kaken zijn geprononceerd. Het stevig in elkaar zittende lichaam, is gekenmerkt door sterke heupen en een stevige buik. Het lichaam is bedekt met een harde, half lange, gegolfde maar niet vlakke, ruige en onder de vingers knarsende vacht.Het dekkingsonderhaar is fijn en dicht. De kleuren van de vacht variëren van zwart grijs tot helder blond/ros en gaan door blauwgrijs en grijsblond/ros. Alleen een zeer kleine witte vlek op de borst en aan het pooteinde is toegelaten. De staart is even behaard als het lichaam. Bij de rustpositie bereikt de punt de knieholte en hangt recht met alleen een kleine ronding aan het uit einde. De voorpoten zijn recht en de schouders lang en schuin. De achterpoten hebben lange en goed gespierde dijen. De voeten zijn kort en afgerond.
Zijn onderhoud